Bloemen voor vlinders, bijen en mensen

Bijen


Bijen herkennen

 

​Gewone slobkousbij

De soort heeft een grote voorkeur voor natte gebieden en is specifiek gericht op de grote wederik. Het vrouwtje foerageert alleen daarop voor stuifmeel. De plant die aan de waterkanten groeit produceert geen nectar. Voor die voedselbron is het bijtje aangewezen op bijvoorbeeld kattenstaarten. 
Vliegperiode: juni -  september

 

​Grote zijdebij

De zijdebij is een voorjaarssoort die een voorkeur heeft voor bloeiende wilgen. In veel opzichten lijkt de soort op de honingbij, maar is wat kleiner. Belangrijk verschil is ook dat het vrouwtje de nectar in haar krop verzamelt en zo naar haar nest vervoert. Vliegperiode: maart – mei

 

​Rosse metselbij

De soort maakt graag gebruik van de nestgelegenheden die wij aanbieden in de bijenhotels. Ze komen soms massaal voor en blijven hun geboorteplek vaak generatie op generatie trouw. De mannetjes verschijnen het eerst uit de nestgangen, een paar dagen later de vrouwtjes. Vliegperiode : maart - juni

 

Weidehommel

Deze hommel is soms al heel vroeg in het jaar actief. Later dan half juli tref je hem niet meer aan. De weidehomel is herkenbaar aan een smalle of brede gele ring op het borststuk en een oranjerode eind van het achterlijf. Kop en borststuk van de mannetjes is geheel geel behaard.  

 

​Steenhommel

Deze hommel komt wat levenswijze betreft overeen met de weidehommel, maar blijft wel tot laat in het jaar actief. Het lijf is zwartbehaard, met uitzondering van het laatste deel van het achterlijf. Dat is roodbehaard. Ze laten zich zien in open landschappen en tuinen. 
Vliegperiode: maart – oktober.

Idylle is een project van De Vlinderstichting en de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Financieel mogelijk gemaakt door de Nationale Postcode Loterij.